Delft, 18 februari 2012 | De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft geantwoord op de brief van de burgemeester waarop die namens een aantal fractievoorzitters vroeg of de raadsleden De Wit, Stoelinga en ikzelf artikel 15 Gemeentewet van de gemeentewet hebben overtreden en of het verboden is dat raadsleden burgers financieel ondersteunen bij een procedure tegen de gemeente. Ook gaf zij antwoord op een aanvullende brief die ik haar stuurde. (zie: 20120110_-_Brief_aan_minister_Spies.pdf)
Het merendeel van de fractievoorzitters vindt het niet gepast dat raadsleden burgers bijstaan in de commissie voor de bezwaarschriften. In de Delftse gedragscode voor de gemeenteraad blijkt dat onder artikel 10 ook te zijn opgenomen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik mij dat toen ik de ‘overtreding’ beging niet bewust was. Toen ik geïnformeerd werd dat ik mogelijk de gedragscode zou hebben overtreden, maakte ik echter de afweging dat ik, ook als ik het geweten had, in dit geval de burgers toch zou hebben bijgestaan. Daarmee werd het alsnog een bewuste handeling. Voor sommigen bleek dit erg genoeg om een extra fractievoorzittersoverleg uit te schrijven. Toen Jan Peter de Wit en ik in die vergadering vertelden dat raadsleden ook nog de juridische ondersteuning van het bezwaar tegen het verwerpen van het referendumverzoek betaalden (ruim € 19.000,00) was dat helemaal tegen het zere been van sommige fractievoorzitters.
De minister concludeert dat er geen sprake is van overtreding van artikel 15. In de brief die aan mij is gericht (zie 20120208_-_antwoord_van_Minister_Spies.pdf) schrijft zij: “Terecht merkt u op dat artikel 15, eerste lid, Gemeentewet zich richt op diegenen die beroepsmatig als advocaat of adviseur werkzaam zijn. Uit de mij beschikbare informatie blijk dat daar in dit geval geen sprake van is. Zoals ook uiteengezet in het antwoord op de door u genoemde brief, ben ik van oordeel dat er in deze geen sprake is van handelen in strijd met artikel 15 van de Gemeentewet. De wetgever heeft de term ‘adviseur’ beperkt uitgelegd.”
In het antwoord aan de burgemeester concludeert de minister ook onomwonden dat het vergoeden van juridische ondersteuning niet in strijd is met wetgeving: “Tweede vraag is of het raadzaam is dat raadsleden de kosten betalen van juridische ondersteuning van burgers in procedures tegen de gemeente. Voorop staat dat de aard van de functie van volksvertegenwoordiger met zich meebrengt dat men opkomt voor de belangen van burgers of groepen van burgers. Dat wordt ook van volksvertegenwoordigers verwacht. Dat betekent ook dat men burgers kan bijstaan in conflicten met de gemeente.”
Anders dan de fractievoorzitters die de minister om raad wilden vragen, stelt de minister – in mijn ogen zeer terecht – dat de wet zeker niet onduidelijk is en dat er dan ook geen aanleiding is voor een verruiming of beperking van artikel 15, eerste lid, Gemeentewet. “Zeker een verruiming lijkt mij onwenselijk. Aan de overtreding van de wetsbepaling zijn zware sancties verbonden die kunnen leiden tot het vervallen verklaren van het raadslidmaatschap. Bij het begrenzen van de uitoefening van het passieve kiesrecht is grote terughoudendheid geboden. Het is de beperkte reikwijdte en de restrictieve interpretatie die onduidelijkheid over de betekenis van artikel 15 voorkomt.” Het zou immers ook wat zijn dat je raadsleden puur en alleen omdat je vindt dat ze een lastige mening uitdragen uit hun ambt zou zetten. Het mooie van een democratische rechtsstaat is immers dat mensen een verschillende mening mogen hebben en dat besluitvorming over en handhaving van regels volgens vooraf opgestelde regels gebeurt.
Al met al concludeer ik dat het fractievoorzittersoverleg in december weer eens volledig overbodig bijeen is geweest. Daar waar het instrument nuttig kan zijn om vergaderingen procedureel voor te bereiden wordt het overleg misbruikt om zinloos geneuzel over gedragingen van anderen in de achterkamer af te doen. Bij gebrek aan kennis over of belangstelling voor de zaken die er echt toe doen elkaar proberen vliegen af te vangen of de les te lezen. Politiek is echter niet heel veel anders dan meningen vormen, uitdragen en eventueel bijstellen. Die meningen moet je daarom in de volle openbaarheid verdedigen of aanvallen, zodat een ieder kan zien en horen wat politici vinden. Ik verdedig vol overtuiging mijn handelen als verdediger van de bezwaarmakers. Immers, ik ben en blijf van mening dat de raad een onrechtmatige daad heeft begaan door het referendumverzoek af te wijzen. Dat is tegen de regels van de rechtsstaat in en daarom waard om voor te strijden. Met datzelfde argument heb ik financieel bijgedragen aan de juridische ondersteuning van de bezwaarmakers. Als de fractievoorzitters mij daarop willen aanspreken, moeten ze dat maar in de raadszaal doen. Dan kunt u oordelen of zij gelijk hebben of ik. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is het echter met mij eens dat de wet niet is overtreden.
Ik voel mij daarom gesteund door de minister. Zij kiest haar woorden zeer afgewogen, maar haar conclusie is toch heel duidelijk dat de aard van de functie van volksvertegenwoordiger met zich meebrengt dat men opkomt voor de belangen van burgers of groepen van burgers. Dat wordt van volksvertegenwoordigers verwacht. De minister vraagt zich daarbij ook af of gedragingen wenselijk zijn en stelt dat raadsleden elkaar daarover kunnen aanspreken. Ik doe steeds mijn best om op te komen voor die zaken waarvan ik denk dat die in het belang van de burger of groepen van burgers zijn. Ik ben van mening dat ik mijn standpunten en handelen, in dit geval het verdedigen van bezwaarmakers en het financieren van de juridische ondersteuning, steeds goed kan uitleggen en verdedigen. In dit geval vind ik financiering verdedigbaar omdat de burgers geen persoonlijk maar een algemeen belang verdedigden. Om dat uit te leggen gebruik ik de gemeenteraad als podium, en bijvoorbeeld ook deze website. Ik ben aanspreekbaar en leg uit. U kunt precies teruglezen waarom ik welke stelling betrek. En als u nader geïnformeerd wilt worden treft u elders op deze site mijn telefoonnummer, huis- en e-mailadres.