Delft, 7 januari 2012 | Afgelopen week werden mij door Delft op Zondag vragen gesteld over de kosten van het nieuwe stadskantoor. In de editie van dit weekeinde is de voorpagina van deze krant aan dit onderwerp gewijd. Aanleiding voor de vragen van Delft op Zondag waren een brief van het college over de lening die moet worden afgesloten voor het stadskantoor en een artikel dat de heer De Wit van Leefbaar Delft op zijn website plaatste. Op 15 december stelde de gemeenteraad nog een plafond van 6,6 miljoen euro aan de exploitatielasten van de huisvesting. Dat is liefst 20 procent meer dan nu met 5,5 miljoen euro het geval is, maar nog voor het kerstfeest losbarstte leek deze verhoging al volstrekt onvoldoende. Het college van burgemeester en wethouders presenteerde precies een week na de gewraakte raadsvergadering een financieringsvoorstel voor het stadskantoor dat heel zachtjes gezegd vragen oproept. Met de mij nu bekende cijfers kom ik niet lager dan € 8.500.000 per jaar en naar mijn smaak zitten daar nog niet eens alle kosten in.
In het artikel in Delft op Zondag stelt het College dat “die kosten zijn gedekt in de begroting”. Ik vind dat een kinderlijke manier van denken. Vanzelfsprekend is in de begroting alles gedekt, want dat is een wettelijke eis aan de gemeentelijke begroting. De werkelijke vraag is voor welke zaken je wel kiest en voor welke zaken je niet kiest. Het college, en blijkbaar een meerderheid van de raad met hem, kiest er niet voor om de bibliotheek in Tanthof open te houden, kiest er niet voor om sportverenigingen te ondersteunen, kiest er niet voor om de kosten van cultuuronderwijs laag te houden, kiest er niet voor om zoveel mogelijk mensen van taalonderwijs te laten genieten, kiest er niet voor om veel meer te investeren in de kenniseconomie zodat werkgelegenheid wordt gecreëerd, kiest er niet voor om de stad op tijd schoon te maken, maar kiest er wel voor om een veel hoger bedrag aan de eigen huisvesting uit te geven. Het feit dat je op deze manier kiest, betekent dat je dekking vindt. Het betekent echter ook dat je daarmee de Delftenaar als een baksteen laat vallen ter meerdere eer en glorie van jezelf.
Bijzonder storend vind ik ook dat het college blijkbaar niet het verschil kent tussen ‘kosten’ en ‘uitgaven’. Dat de gemiddelde leek op de straat dat verschil niet kan benoemen begrijp ik, maar dat de leden van een college van burgemeester en wethouders die met de materie bezig zijn dat blijkbaar ook niet kunnen, kan niet anders dan als een brevet van onvermogen worden uitgelegd
Volgens het college zelf bezuinigt het op de ‘investeringskosten’. Een investering is echter een uitgave, geen kostenpost. Immers, op je balans gaat de post ‘liquide middelen’ naar beneden, maar de post ‘gebouwen’ neemt met hetzelfde bedrag toe. Het totaal van de activa verandert dus niet. De kosten komen pas met de afschrijving, het gedeelte van de investering dat aan een bepaalde jaarschijf wordt toegerekend. Elk jaar wordt het gebouw een beetje minder waard. Daarvoor hoef je echter helemaal geen geld meer uit te geven, dat gaat vanzelf, door gebruik en slijtage, of omdat de eisen van de nieuwe tijd anders zijn dan in de tijd toen een gebouw werd neergezet.
Het investeringsbedrag heeft het college met € 7.000.000 verlaagd (9 miljoen minus de 2 miljoen aan kosten die het daarvoor heeft gemaakt) door te kiezen een verdieping minder te bouwen. De wethouder schrijft daarover: “Een ruime meerderheid van de raad kan zich vinden in deze bezuinigingsplannen van het college.” Blijkbaar weet zij niet meer dat zij op 17 november zelf aan de raad schrijft (pagina 4) dat de exploitatie van de huidige huisvesting minus de exploitatie van het nieuwe stadskantoor 830.000 euro nadelig is in het geval een verdieping wordt verhuurd en 847.000 euro nadelig als er een verdieping minder wordt gebouwd. Een lagere investering leidt volgens het college zelf dus helemaal niet tot een bezuiniging, maar in plaats daarvan tot een kostenverhoging van € 17.000 per jaar. Weliswaar verhoudingsgewijs niet een groot bedrag, maar het idee dat het college hier een bezuiniging doorvoert is klinkklare onzin. Als het niet een politiek zo zwaar beladen woord zou zijn, zou ik de voorstelling dat sprake is van een bezuiniging een ‘leugen’ noemen. Ik houd het er maar op dat ze niet beter weten, maar eigenlijk weet ik niet eens wat erger is.
Omdat de achtereenvolgende brieven van het college nogal wat vragen oproepen, zal ik deze ter voorbereiding van de Rekening- en Auditcommissie schriftelijk stellen en in kopie aan alle leden sturen. Vooralsnog kan ik met de mij bekende cijfers geen lager bedrag berekenen dan 8,5 miljoen aan huisvestingskosten die aan 2017 zijn toe te rekenen. Het college stemde, overigens schoorvoetend, want de wethouder wilde duidelijk direct al inzetten op een nog hoger bedrag, zelf in met het plafond van 6,6 miljoen. Ik vind die 6,6 miljoen al veel te hoog, maar met de bedragen die ik nu krijg voorgeschoteld kan ik er alleen maar van dromen dat dat gehaald wordt.