Gisteravond werd in de commissie Samenleving en Volkshuisvesting het reddingsplan voor DOK – dat is de openbare bibliotheek in Delft – besproken. DOK heet één van de modernste bibliotheken van de wereld te zijn, of wellicht zelfs wel dé modernste bibliotheek van de wereld, maar financieel ging het niet allemaal even goed. Op zijn Hollands gezegd: het was een financiële janboel. Voor het ontstaan van deze janboel zijn de gemeenteraad, het College van Burgemeester en Wethouders, de Raad van Toezicht van DOK en de directeur van DOK verantwoordelijk.
DOK werkt 'zelfstandig' van de gemeente Delft. Dat betekent nadrukkelijk niet dat ondernemers de bibliotheek hebben gekocht of opgericht maar wel dat er een stichting is met een eigen directeur, een eigen Raad van Toezicht en een jaarlijkse gemeentelijke subsidie die het overgrote deel van de inkomsten beslaat. En daarmee ging het mis.
De energieke directeur bedacht dat DOK een ‘Library Concept Center’ moest worden. ‘Library Concept Center’ is een Engels eufemisme voor ‘proefbibliotheek’. In de vorige raadsperiode kwam de directeur meerdere malen om extra geld vragen aan de gemeenteraad om de ontwikkelingen in zijn zelf gecreëerde proefbibliotheek te bewerkstelligen. Maar blijkbaar was hij niet energiek genoeg om de baten en lasten van zijn proefbibliotheek in evenwicht te houden. Als de raad om het bedrijfsplan van de gemeentelijke bibliotheek vroeg, verwees de verantwoordelijk wethouder vrolijk naar de Raad van Toezicht, die weer vrolijk naar de directeur verwees. Keer op keer werd de oplevering van dat plan uitgesteld. Moties die de gemeenteraad aannam over extra geld werden naar nu blijkt wel in het bedrijfsplan opgenomen en het DOK Library Concept Center verhoogde de uitgaven navenant.
De wethouder zag echter geen enkele noodzaak de moties ook uit te voeren en stuurde ook geen subsidiebeschikking. De directeur wees naar de raad en zei: “U heeft mij geld beloofd.” De raad wijst naar de wethouder en stelt dat moties uitgevoerd moeten worden. En de wethouder wijst naar de Raad van Toezicht en zegt: “U had kunnen weten dat u geen geld zou krijgen, want u kreeg geen subsidiebeschikking. Bovendien, u bent zelfstandig, dus zoek het maar uit.”
En toen brak het jaar 2010 aan. Er woedde een wereldwijde financiële crisis, er kwam een nieuwe gemeenteraad, een nieuwe wethouder en een nieuwe bibliotheekdirecteur. En binnenkort ook een nieuwe Raad van Toezicht. Deze mensen troffen bij hun aantreden een financiële janboel bij het ‘Library Concept Center’. De gemeente moest fors bezuinigen, maar de nieuwe directeur moest bij de nieuwe wethouder aankloppen voor heel veel extra geld. In plaats van een bezuiniging op DOK komt er nu ook extra geld, veel meer dan er in de oorspronkelijke plannen op DOK bezuinigd zou worden. Maar toch is het niet genoeg. Het filiaal in Tanthof moet daarom de deuren sluiten. Tot groot verdriet van de nieuwe raad, de nieuwe wethouder, de nieuwe directeur en van de bestaande gebruikers van dat filiaal.
Het wordt tijd dat de nieuwe raad zijn verantwoordelijkheid neemt en duidelijke kaders stelt aan de nieuwe wethouder. De nieuwe wethouder moet daarbij een middel krijgen om ook daadwerkelijk te sturen. DOK is gewoon een gemeentebibliotheek en daarvoor moet de wethouder cultuur direct aanspreekbaar zijn. Dat betekent dat de wethouder dus ook direct toezicht moet kunnen houden, in goede en in slechte tijden. Net als bij de andere drie culturele instellingen in Delft. Door een directe keten van verantwoordelijkheden te maken kan de directeur niet meer via de Raad van Toezicht weglopen voor de wethouder en daarmee de wethouder niet meer voor de gemeenteraad. En de gemeenteraad moet helder verwoorden wat hij van een bibliotheek verwacht en op de totstandkoming daarvan toezien. Dan kunnen de kiezers – dat zijn die boze mensen die gisteren op de tribune zaten – hem daarop afrekenen.
De nieuwe wethouder en de nieuwe directeur hebben vast hun visitekaartje afgegeven. Gegeven de situatie bereikten zij het hoogst haalbare. Nu de gemeenteraad nog. Geef het extra geld, maar geef ook een stevig toezicht. En verschuil je niet achter welke Raad van Toezicht dan ook. De toezichthoudende rol moet de gemeenteraad uiteindelijk zelf vervullen. Daarvoor is de gemeenteraad zelf volledig verantwoordelijk.