De afgelopen weken is er veel geroepen over het stadskantoor. Tot in de commissievergadering heeft zelfs het woord 'misleiding' geklonken. Mijns inziens is onduidelijkheid en begripsverwarring de aanleiding van deze grote woorden. Die verwarring wordt door het college van burgemeester en wethouders gezaaid en maakt het voor veel raadsleden moeilijk om tot een weloverwogen besluit te komen. Een duidelijker splitsing tussen de verschillende categorieën had veel mist in de gedachtewerelden voorkomen. Onderstaande is niet geschreven als leuk leesbaar stuk, maar meer om uit te leggen wat ik lees. Taaie kost dus.
Allereerst is er het begrip ‘investering’. Een investering is een inspanning die gericht is op het bereiken van een doel dat pas op langere termijn of gemeten over langere tijd wordt behaald. De inspanning die wordt verricht om een nieuw stadskantoor te bouwen is dus met recht een investering: het is de bedoeling dat de huisvestingsvraag er voor veertig jaar mee wordt opgelost.
In verschillende publicaties staat nu dat de investering in het nieuwe stadskantoor € 60.000.000 zou zijn. De investering wordt daarmee ten onrechte verkleind tot slechts bouw- en inrichtingskosten. Voor het gemak wordt het bedrag daarbij alvast naar beneden afgerond: deze twee posten tellen namelijk op tot € 61.098.186. Dat blijkt uit hoofdstuk 4 ‘Vergelijk investeringskosten’ van de “Nota HNK” (blz 4). Daaruit blijkt ook dat de bouw- en inrichtingskosten onderdeel van een veel grotere investering van in totaal € 85.001.053 uitmaken. De inspanning om tot een kantoor te komen is liefst 41,67% groter dan het bedrag dat het college in de pers brengt.
Sommige kosten zijn daar overigens niet eens in meegenomen. Zo moet bijvoorbeeld inpandige parkeergelegenheid in het gebied worden gerealiseerd, maar de bedragen daarvan zijn niet in de investeringsbegroting opgenomen. Ook de risico-opslag wordt als ‘laag’ voor een dergelijk project getypeerd.
Het investeringsbedrag is een uitgave. Een ‘uitgave’ is een kasstroom, dat wil zeggen dat geld van eigenaar verandert. Uitgaven zijn nog geen kosten. Als geld aan de aannemer wordt betaald, zal die in ruil daarvoor een gebouw neerzetten dat lange tijd gebruikt kan worden. Elk jaar krijgt zijn eigen portie van de investeringsuitgave toegewezen: de jaarkosten. In al die jaren komen ook zaken als onderhoud, schoonhouden en meer van die dingen. Kosten zijn dus alle uitgaven die aan een bepaalde gebruikseenheid, in dit geval een jaar, kunnen worden toegerekend.
In hoofdstuk 5 van de genoemde nota worden de exploitatiekosten van de huidige huisvesting met het nieuwe stadskantoor vergeleken. Volgens het college zou dat verschil minimaal zijn, volgens de tabel op bladzijde 8 is het verschil voor het eigenaarsgedeelte € 4.380.357 - 2.460.073 = 1.920.284. In diezelfde tabel wordt ook een bedrag van € 372.734 aan huuropbrengsten opgenomen. Dat is echter dekking en hoort daarom niet op bladzijde 8 thuis. Op bladzijde 9 blijkt dat de gebruikerskosten van het nieuwe stadskantoor in vergelijking met de huidige huisvesting € 3.144.775 – 3.088.264 = € 56.511 bedragen. In totaal is het nieuwe stadskantoor volgens de bladzijden 8 en 9 dus € 1.976.795 duurder dan de huidige huisvesting. Elk jaar opnieuw.
Opvallend hierbij is de opmerking over de rentekosten op bladzijde 8. In 2007, een jaar voor de financiële crisis, nam de gemeenteraad het besluit dat in de begroting voor het nieuwe stadskantoor met 4% rentekosten gerekend mag worden. In de rest van de gemeentelijke financiële huishouding wordt 5% als standaard genomen. De waarheid ligt op de geldmarkt inmiddels ergens in het midden. De exploitatiekosten zullen dus in werkelijkheid hoger zijn.
In hoofdstuk 6 van de “Nota HNK” wordt vervolgens de dekking besproken. De dekking is het bedrag “waar het van betaald wordt”. Omdat de overheid geen producent is, dus zelf geen geld verdient, betekent “dekken” altijd dat iets anders niet kan. Of de belastingen gaan omhoog, dat kan natuurlijk altijd, al zou ik daar beslist geen voorstander van zijn. Het belangrijkste deel van de dekking wordt gehaald uit de vrijval van de huidige huisvesting. Voor een gedeelte is dat risicoloos, omdat een gedeelte wordt gehuurd. Voor het gedeelte van de huisvesting dat eigendom is ligt het moeilijker. Daarvoor zal in een zeer moeilijke kantorenmarkt een huurder of koper gevonden moeten worden. Maar, de vrijval van de huidige huisvesting staat niet in het overzicht.
Wat wel is opgenomen in de tabel op bladzijde 11 bovenaan is een structurele ophoging van het huisvestingsbudget met € 1.000.000 per jaar. Daarvoor kun je kiezen, maar dat betekent natuurlijk niet dat de nieuwe huisvesting niet duurder wordt. Dat betekent in plaats daarvan wel dat je iets anders niet kunt. De inflatiecorrectie had niet opgenomen mogen worden, die had al in de verklaring van de actuele begroting moeten zitten. Op bijvoorbeeld bladzijde 5 en bladzijde 6 staat ook al een inflatiecorrectie opgenomen van bij elkaar € 1.210.650. Aan inflatie is niets vreemds, de vraag rijst wel waarom in de dekking nogmaals een apart bedrag wordt opgenomen. Ook de structurele besparing op de facilitaire kosten ten bedrage van € 400.000 staan hier wat vreemd. Die hadden beter minder hoog bij de exploitatiekosten kunnen staan. Het bedrag dat hier mist is natuurlijk het bedrag van de huuropbrengsten. Dat is een echt dekkingsbedrag, een bedrag dat eerst moet worden opgebracht voordat het kan worden uitgegeven.
Het college trekt vervolgens vrolijk de conclusie dat het verschil tussen de huidige huisvestingskosten en de kosten voor het nieuwe stadskantoor op jaarbasis € 149.061 bedraagt. Dat is echter klinkklare onzin. Eerder zagen we immers al dat dat verschil volgens de eigen opgave in hoofdstuk 5 € 1.976.795 bedraagt. Daarvan zou nog wel € 400.000 aan een besparing op de facilitaire kosten moeten worden afgetrokken. Het college kiest er voor om jaarlijks € 1.455.000 uit de begroting te nemen om in het nieuwe stadskantoor te stoppen. En daarmee zegt het dat het stadskantoor nauwelijks duurder wordt. Dat is toch niet geloofwaardig?